A3 ApothekeSchimmelinfecties - A3 Apotheke

Ihr WarenkorbIhr Warenkorb

Ihr Warenkorb enthält derzeit keine Produkte.

Suche (mit/ohne Rezept)Suche (mit/ohne Rezept)

Produktname oder PZN eingeben

Erweiterte Suche

Produkte ohne Rezept

    Zuverlässig

    Link zum Versandapothekenregistermedizinfuchs.de Partner-Apotheke87% positive Bewertungen in den letzten 6 Monaten (1211)

    Deutsche Post DHL

    Schimmelinfecties

    Schimmelinfecties

    Inleiding

    Schimmelinfecties van de huid worden dermatomycosen genoemd. Het aantal dermatomycosen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Waarschijnlijk komt dit door de vaak overdreven hygiëne en het overmatig gebruik van antibiotica. Beide zorgen voor een verstoring van de natuurlijke huidflora ten gunste van de schimmels. Ook het toenemend gebruik van corticosteroïden,  immuunsuppressiva en cytostatica is verantwoordelijk voor deze ontwikkeling.

    Schimmels onderscheiden zich van bacteriën door hun grootte (schimmelcellen zijn ca. 10x groter), de opbouw van hun celwand (bestaande uit chitine of cellulose) en door hun meercellige groeiwijze. Er zijn draadvormige (hyfenschimmels) en knopvormige schimmels (gisten). Sommige gisten kunnen onder bepaalde omstandigheden schimmeldraden (hyfen) vormen en nemen dus een tussenpositie in (b.v. Pityrosporum ovale). De hyfenschimmels, die bij de mens huidinfecties kunnen veroorzaken, worden dermatofyten genoemd. Slechts een beperkt aantal schimmels en gisten zijn in staat om de menselijke  huid te infecteren.

    Huidschimmels veroorzaken meestal slechts oppervlakkige huidinfecties, waarbij alleen de epidermis is aangedaan.  Zij voeden zich met keratine en hebben daardoor een sterke voorkeur voor keratinerijke huidgedeelten, zoals de opperhuid, haren en nagels. 

    De gisten Candida albicans en Pityrosporum ovale behoren tot de normale menselijke huidflora. Zij zijn gewoonlijk in de gistvorm aanwezig, maar onder bepaalde omstandigheden kunnen ze overgaan in de hyfenvorm en pathogeen worden. Gisten kunnen geen keratine afbreken en zijn daardoor op andere voedingsbronnen aangewezen, zoals suikers en lipiden. Huidinfecties met gisten komen alleen voor bij een verminderde lokale of systemische afweer. Predisponerende factoren voor gistinfecties zijn o.a.:

    • verminderde immuniteit (o.a. kanker-, transplantatie-, HIV-patiënten);
    • vochtige of beschadigde huid (b.v. luiereczeem, tepelkloven, borstontsteking door Candida albicans);
    • hoge pH van huid en slijmvliezen (b.v. zwangerschap, pilgebruik (m.n. door oestrogenen));
    • slecht gereguleerde diabetes mellitus;
    • deficiëntie van onder meer ijzer, zink of foliumzuur.

    Pityrosporum ovale komt voor op plaatsen, waar veel lipiden aanwezig zijn, zoals in het oorsmeer, op de behaarde hoofdhuid en op andere plaatsen, waar veel talgklieren aanwezig zijn. Infecties treden vooral op onder warme, vochtige omstandigheden, zoals in de zomermaanden. Het overmatig gebruik van oliehoudende aftersunprodukten draagt dan bij aan de ideale omstandigheden voor een infectie met deze gistsoort. 

    Huidschimmels komen, in tegenstelling tot de bovengenoemde gisten, normaal niet op de menselijke huid voor. Men moet in contact komen met een schimmel om een infectie op te lopen. Een schimmelinfectie ontstaat door direct contact met huidschilfers van besmette personen of huisdieren, die schimmelsporen bevatten. Andere bronnen van schimmelsporen zijn huisstof en tuinaarde. Verspreiding vindt vooral plaats in openbare gelegenheden, zoals kleedkamers, doucheruimten, zwembaden en scholen. Vrijwel iedereen komt dan ook dagelijks in contact met schimmelsporen, maar gelukkig krijgt niet iedereen een infectie. Alleen als de situatie gunstig is, kan een infectie ontstaan.

    Voor het ontstaan van schimmelinfecties bestaat een individuele gevoeligheid. Zo is geconstateerd, dat personen met een chronische schimmelinfectie vaak een afwijkende immuunrespons vertonen. Naast de individuele gevoeligheid spelen ook leefgewoonten een belangrijke rol. Huidschimmels houden, evenals gisten, van een warme, vochtige omgeving. Vaak douchen, veelvuldig zeepgebruik, onvoldoende afdrogen en het dragen van knellende, slecht ventilerende kleding zijn factoren, die bijdragen aan het ontstaan van een vochtige huid. Huidgebieden die langdurig warm en vochtig zijn, vormen zo dus een geschikte infectieplaats voor schimmels.

    Na het eerste huidcontact met de schimmelspore duurt het enkele uren (2-4 uur) voordat van een volledige hechting op de huid sprake is. Er volgt dan een snelle ontkieming tot schimmeldraden, die in de hoornlaag penetreren en vervolgens de epidermisstructuur aantasten. Cellen worden daarbij vernietigd en de afbraakprodukten doen dienst als voeding voor de schimmel. Na de eerste snelle groeifase volgt een fase, waarin geen agressieve groei meer optreedt, maar nog wel verlenging en uitbreiding van de hyfen. De infectie blijft daarbij beperkt tot de keratinerijke delen van de huid, zoals de epidermis, de haarfollikels, het nagelbed en de nagelplaat. Daarnaast is  de lichaamstemperatuur voor de schimmel een beperkende factor: boven 35ºC wordt de schimmelgroei geremd. Tijdens de groei van de schimmel ontstaan afvalstoffen en toxines, die in de dermis doordringen en het immuunsysteem activeren. De eerste klinische verschijnselen van de infectie treden een tot enkele weken na de besmetting op. Schimmelinfecties kunnen in incidentele gevallen een spontaan herstel vertonen na 6-10 weken, maar  meestal is behandeling nodig. Naast medicamenteuze therapie zijn preventieve maatregelen van groot belang om herinfecties te voorkomen. Dit geldt met name voor schimmelinfecties aan de nagels.

    Schimmelinfecties van de huid en nagels

    Het klassieke beeld van een schimmelinfectie is een ronde, scherp begrensde rode plek, die zich ringvormig uitbreidt met opbleking in het midden en met een licht verheven, schilferende rand. Soms zijn blaasjes aanwezig. De patiënt kan klagen over een jeukend of branderig gevoel. Vanwege de verschijningsvorm wordt deze huidaandoening in de volksmond ook wel ‘ringworm’ genoemd. Dit is echter niet de enige vorm, waarin schimmelinfecties zich kunnen manifesteren. In de praktijk kunnen zij nogal van uiterlijk verschillen, afhankelijk van de plaats waar de infectie voorkomt.

    Voet- en nagelschimmel

    Voetschimmel (‘zwemmerseczeem’) is een veel voorkomende aandoening, die zowel door een schimmel als een gist veroorzaakt kan worden. De infectie begint meestal tussen de 4e en 5e teen. De huid wordt rood, schilferig, gaat jeuken en onplezierig ruiken. Door transpiratie wordt de bovenste huidlaag wit en week. Soms zijn er pijnlijke kloofjes of blaasjes met helder of gelig vocht, die kapot kunnen gaan. De schimmel kan zich naar andere tenen of delen van de voet verspreiden. Op de voetzool en de zijkanten van de voet is dan vaak een verdikking van de huid te zien met roodheid, blaasjes en schilfering. Soms worden ook de nagels geïnfecteerd. Deze worden dan dik en bros en gaan wit tot bruin verkleuren.

    Voetschimmel gaat vaak gepaard met schimmelinfecties op andere delen van het lichaam, zoals de liesstreek, doordat men voor het afdrogen van beide lichaamsdelen dezelfde handdoek gebruikt. Hygiënische maatregelen zijn belangrijk om uitbreiding van de infectie te voorkomen.

    Preventie

    Een voetschimmel kan voorkomen worden door:

    • de voeten dagelijks te wassen met weinig of geen zeep, eventueel een pH5-wastablet of neutrale wasemulsie;
    • na het wassen goed af te drogen, vooral tussen de tenen;
    • elke dag schone, vochtabsorberende (katoenen of wollen) sokken te dragen;
    • goed ventilerende schoenen te dragen, die bij voorkeur dagelijks gewisseld worden;
    • door het dragen van slippers in gemeenschappelijke douche- en badruimten.

    Behandeling van voetschimmel

    Bij de behandeling zijn lokale antischimmelmiddelen (antimycotica) meestal afdoende. Alleen in geval van diepe schimmelinfecties (nagels, vereelte of behaarde huid) of bij uitgebreide infecties komen orale geneesmiddelen (itraconazol, terbinafine (UR)) in aanmerking. Dit is bijvoorbeeld het geval als de infectie zich verspreid heeft over de voetzool of naar andere huiddelen zoals de liezen via een besmette handdoek.

    Oppervlakkige voetschimmelinfecties kunnen behandeld worden met de volgende geneesmiddelen:

    • clotrimazol (Canesten®), miconazol (Daktarin®), sulconazol (Myk®), econazol (Pevaryl®);
    • crème ruim aanbrengen op en tot 2 cm rondom de plekken, doorgaan 1-4 weken na verdwijning van de verschijnselen i.v.m. de fungistatische werking;
    • poeder in schoenen strooien om de kans op herinfectie door schimmelsporen te verkleinen, éénmalig aan het begin en aan het eind van de behandeling.
    • povidonjood (Betadine®); goed preventief werkzaam tegen voetschimmel; na aanbrengen op de huid goed laten drogen of voeten regelmatig wassen met Betadinescrub.

    Als de opperhuid na genezing is vervangen (2-4 weken na verdwijnen van de symptomen), zijn alle schimmelresten uit de huid verdwenen.

    Verwijzing naar de arts is nodig als de huiduitslag aan de bovenkant en/of zijkant van de voet voorkomt. Er kan dan sprake zijn van een allergie of eczeem. Ook schimmel­infecties van de nagels moeten door de arts behandeld worden.

    Andere redenen voor verwijzing zijn:

    • huidproblemen die na 2 weken niet over, ondanks behandeling en hygiënische maatregelen;
    • bij bacteriële infecties (pus of ingedroogde, gele korsten);
    • bij slechte bloedcirculatie in de onderbenen en voeten (b.v. bejaarden met een open been (ulcus cruris));
    • patiënten met diabetes;
    • naast voetschimmel ook huiduitslag op andere lichaamsdelen.

    Nagelinfecties gaan vaak samen met een schimmelinfectie van de hand of voet. Het is een chronische infectie, die begint met een wit-gele verkleuring van het vrije nageluiteinde. Dit wijst op een oppervlakkige infectie. Van daaruit verbreidt de infectie zich naar het nagelbed en de nagelriem. Er ontstaat dan een geelbruine verkleuring door verdieping van de infectie en de nagel krijgt een verdikt,
    hobbelig en brokkelig uiterlijk. Het nagelbed vertoont een versterkte verhoorning en schilfering, waardoor de nagel omhoog gedrukt wordt en loslaat. Meestal zijn 1 of 2 nagels aangedaan.

    Behandeling van schimmelnagels

    • verwijdering van de nagel:
    • nagel kortknippen, vijlen, e.d. bevordert de groei;
    • itraconazol (Trisporal®  , oraal (UR)):
      • pulstherapie: 2x daags 200mg, gedurende 3-4x 1 week, met steeds 3 weken tussentijd;
      • 6(-9) maanden na staken van de behandeling blijft een therapeutische concentratie in de nagel       aanwezig;
    • afhankelijk van de bereikte concentratie: fungistatisch of fungicide.
    • terbinafine (Lamisil®, oraal (UR)):
      • 1x daags 250mg, gedurende 3-4 maanden;
      • bij zeer lage concentraties al fungicide;
      • therapeutische concentraties blijven 2-3 weken na beëindiging van de behandeling aantoonbaar in de nagel.

    Oppervlakkige nagelinfecties, gekenmerkt door een wit-gele verkleuring, kunnen met lokale middelen (b.v. miconazoltinctuur) vaak nog behandeld worden, diepe infecties (geel-bruine plekken) alleen met een orale kuur.

    Na 3 maanden behandeling is bij 60-80% van de behandelde patiënten geen levende schimmel meer aantoonbaar. Terbinafine geeft in het algemeen bij nagelmycosen wat betere resultaten dan itraconazol vanwege de sterk fungicide (schimmeldodende) werking en is daarom eerste keus.

    Van klinische genezing is sprake als de nagel volledig is uitgegroeid. Dit duurt bij vingernagels ca. 4 maanden en bij teennagels 9 maanden. Uit de genezingspercentages blijkt, dat de behandeling lang niet altijd succesvol is. Daarom zijn preventieve maatregelen van primair belang om schimmelinfecties van de nagels te helpen voorkomen.

    Bijwerkingen van de orale antimycotica itraconazol en terbinafine zijn vooral dyspepsie, hoofdpijn en huidreacties. Bij terbinafine kunnen ook smaakveranderingen of smaakverlies optreden.

    Interacties treden vooral op bij itraconazol, dat het metabolisme van diverse geneesmiddelen remt en daardoor hun werking en bijwerkingen versterkt. Bij patiënten, die met itraconazol worden behandeld, moet men dus alert zijn op mogelijke medicatiebewakingssignalen.

    Huidschimmel

    Schimmelinfecties van de huid vertonen de klassieke verschijnselen van een schimmelinfectie. Vaak betreft het een infectie met een huidschimmel, die afkomstig is van een huisdier. De infectie is goed behandelbaar met lokale antimycotica, zoals aangegeven onder ‘Voet­schimmel’.

    Gistinfecties

    Gistinfecties van de huid door candidasoorten, meestal Candida albicans, kunnen veel gelijkenis vertonen met infecties door huidschimmels: flink rode, wat nattende plekken met een schilfer­kraagrand. Buiten dit scherp begrensde, rode gebied zijn vaak groepjes pustels of schilferende rode plekjes zichtbaar als ‘eilandjes voor de kust’. Dit laatste is kenmerkend voor een candida-infectie. De huiduitslag gaat gepaard met jeuk of een branderig gevoel.

    De voorkeursplaatsen zijn vochtige huiddelen, zoals

    • de liezen;
    • de huidplooi onder de borsten;
    • de bilnaad;
    • in de oksel;

    Luiereczeem is vaak geïnfecteerd met candida.

    Naast huidinfecties kunnen candida-soorten ook de slijmvliezen van mond-, keelholte en vagina infecteren. Bij vrouwen, die borstvoeding geven, kan Candida albicans soms een pijnlijke borst­ontsteking (mastitis) veroorzaken.

    Pityrosporum ovale kan alleen de huid infecteren en veroorzaakt daarbij een geheel ander klinisch beeld dan dermatofyten en candida-soorten: meestal lichte, maar soms donkere vlekken op de huid met een fijne schilfering. Hieronder worden de verschillende infecties kort besproken.

    Intertrigo

    Intertrigo is een oppervlakkige ontsteking van de huid, die ontstaat onder invloed van wrijving, vochtigheid en warmte. Voorkeursplaatsen zijn de huidplooien, zoals onder de borsten, in de liezen, onder de oksels, in de bilnaad en interdigitaal (tussen vingers en tenen). De aandoening komt vooral voor bij overgewicht (adipositas) en overmatige transpiratie, maar kan ook gezien worden bij babies (luiereczeem). Onvoldoende hygiëne kan de aandoening in de hand werken. Door verweking en beschadiging van de huid, raakt deze vaak geïnfecteerd met Candida albicans

       

    Behandeling:

    De plekken schoon en zo droog mogelijk houden. Indrogende behandeling met zinkolie (+ 2% miconazolnitraat of 5% sulfur praecipitatum), zonodig onder Engels pluksel.

    Cheilitis angularis

    Cheilitis angularis of perlèche is een chronische ontsteking van de mondhoeken, die vaak een uiting is van een candida-infectie. Kenmerkend voor de aandoening zijn de aanwezige kloofjes. De oorzaak hiervan kan zijn atrofie van de kaak bij dragers van een gebitsprothese, waardoor plooien in de mondhoeken ontstaan. Deze kunnen aanleiding geven tot een lokale infectie. Ook een algemene stoornis, zoals bloedarmoede (ijzergebrekanemie) of een tekort aan vitamine-B, kan een rol spelen. Bij een cheilitis angularis kan ook de mond- en keelholte geïnfecteerd zijn (zie ‘orale candidiasis’).

       

    Als ook de lippen zijn aangedaan met oedeem, schilfering en kloofjes, moet gedacht worden aan een contactovergevoeligheid, b.v. voor tandpasta of lippenstift.

    BehandelingMiconazolcrème tegen de infectie.

    Paronychia

    Paronychia door Candida albicans is een chronische infectie van de nagelriem met roodheid en een pijnlijke zwelling, soms met pusvorming. Het komt nogal eens voor bij mensen, die vanwege hun beroep vaak natte handen hebben, zoals huisvrouwen en schoonmakers. Ook een of enkele nagels kunnen zijn aangetast met verbrokkeling en een geel-bruine verkleuring vanuit de zijkant van de nagelplaat. Bij een onychomycose van de vingers die met een ontsteking van de nagelriem gepaard gaat, is een candida-infectie waarschijnlijk.

    Behandeling:

    Vermijdt contact met water gedurende tenminste 4 weken. Lokale applicatie van miconazol-tinctuur of crème. Als de nagelwal eenmaal is genezen, kan de therapie worden gestaakt. Het is dus niet nodig om te wachten totdat de zieke nagel geheel is uitgegroeid.

    Orale candidose

    Candida-infecties (candidosen) van de mond- en keelholte komen vooral voor bij pasgeborenen, dragers van gebitsprothesen, gebruikers van inhalatiecorticosteroïden en ziekenhuispatiënten met een verminderde afweer. Ook na gebruik van een breedspectrum antibioticum kan soms een acute candida-infectie ontstaan.

    Kenmerken:

    Twee soorten acute orale candidosen worden onderscheiden:

    • acute pseudomembraneuze candidose (‘spruw’):
      • bij pasgeborenen, volwassenen met een verminderde afweer;
      • wit, vlokkig beslag op het slijmvlies (‘gestremde melk’);
      • afschraapbaar, waarbij een rode, licht bloedende plek achterblijft;
      • overal in de mondholte, maar bij voorkeur op het wangslijmvlies, het gehemelte en de tong;
      • meestal niet pijnlijk.
    • acute, atrofische candidose:
      • pijnlijk, atrofisch, rood slijmvlies;
      • wit beslag op de tong met kale plekken;
      • vrijwel uitsluitend na een antibioticumkuur.

    Een chronische candidose kan voorkomen bij dragers van een kunstgebit, waarbij vooral het slijmvlies van de bovenkaak is aangedaan. De patiënt heeft daarbij last van een jeukend, branderig en droog gevoel in de mond. Vaak gaat dit samen met een infectie van de mondhoeken (cheilitis angularis) en een spruwachtig beslag aan de binnenzijde ervan.

    Behandeling:

    Orale antimycotica (UR):

    • nystatine suspensie;
    • miconazol orale gel (voordeel: blijft langer in de mond);

        bij pasgeborenen aanbrengen op de fopspeen of met een vinger uitsmeren in de mond;

    • Fungizone®-zuigtabletten
    • itraconazol (Trisporal®), fluconazol (Diflucan®)

    Zonodig correctie en desinfectie van de gebitsprothese.

    Bij candidose door inhalatiecorticosteroïden:

    • adviseer altijd omspoelen van de mond na elke inhalatie;
    • inhalatie via een voorzetkamer vermindert het infectierisico.

    Pityriasis versicolor

    Pityriasis versicolor is een onschuldige huidaandoening, die veroorzaakt wordt door een oppervlakkige infectie met de gist Pityrosporum ovale. Deze leeft als commensaal op de huid, vooral op plaatsen waar veel talgklieren voorkomen, zoals het behaarde hoofd, de borst, hals en bovenrug (tussen de schouderbladen). Ook in het gezicht en op de armen en benen wordt deze gist aangetroffen. Vanaf de puberteit is hij bij bijna iedereen aantoonbaar. Meestal hebben we er geen enkele hinder van, maar onder bepaalde omstandigheden kan Pityrosporum ovale zich ontwikkelen tot pathogeen. Dit gebeurt vooral in de zomermaanden. Door de hoge temperaturen, de toegenomen zweetproduktie en het gebruik van zonne-brandolie –de gist heeft olie of vet nodig om te kunnen groeien– gaat de gist over in een infectieuze hyfen(draadschimmel)vorm. Deze is de veroorzaker van pityriasis versicolor.

    Naast pityriasis versicolor kan Pityrosporum ovale ook seborroïsche dermatitis veroorzaken.

    Kenmerken:

    • karakteristieke, vlekvormige verkleuring van de huid door verstoring van de pigmentatie; de vlekken kunnen donkerder zijn dan de omringende huid, maar ook lichter, vooral in de zomer bij een gebruinde huid;
    • voorkeursplaatsen: bovenste deel van de romp, de hals en de bovenarmen;
    • de aangedane huid vertoont een fijne, lichte schilfering, die pas duidelijk wordt na krabben;
    • meestal geen jeuk of ontstekingsverschijnselen;
    • niet besmettelijk;
    • de belangrijkste klachten zijn van cosmetische aard.

    Behandeling

    In principe gaat het om een onschuldige huidaandoening, die niet behandeld hoeft te worden. Wordt toch voor een behandeling gekozen, dan kan een keuze gemaakt worden uit de volgende mogelijkheden:

    • seleensulfide (Selsun®), 10 minuten per dag op de aangedane huid aanbrengen, daarna afwassen; behandelingsduur: 7 dagen; alleen aanbrengen op de intakte huid, niet op het gezicht of de genitalia;
    • ketoconazolcrème (Nizoral® ,UR), 1x daags aanbrengen, gedurende 2 weken; een ander imidazolpreparaat (b.v. miconazol) is ook mogelijk, maar minder effectief waardoor de aandoening sneller terugkomt;
    • itraconazol (Trisporal® ,UR) oraal, 2x daags 100mg, gedurende 1 week; bij uitgebreide plekken.

    De lichte schilfering verdwijnt meestal al na enkele dagen. De vlekken blijven echter langer zichtbaar, ook al is de aandoening genezen. Uiteindelijk verdwijnen ze vanzelf binnen 3-4 maanden. Door de huid aan zonlicht bloot te stellen zijn de pigmentatiestoornissen sneller verdwenen.