A3 ApothekeSpijsverteringsstoornissen (dyspepsie) - A3 Apotheke

Ihr WarenkorbIhr Warenkorb

Ihr Warenkorb enthält derzeit keine Produkte.

Suche (mit/ohne Rezept)Suche (mit/ohne Rezept)

Produktname oder PZN eingeben

Erweiterte Suche

Produkte ohne Rezept

    Zuverlässig

    Link zum Versandapothekenregistermedizinfuchs.de Partner-Apotheke87% positive Bewertungen in den letzten 6 Monaten (1211)

    Deutsche Post DHL

    Spijsverteringsstoornissen (dyspepsie)

    Maagdarmstoornissen

    Inleiding: het maagdarmkanaal

    Het maagdarmkanaal is te beschouwen als een buisvormig orgaan, dat uit verschillende functionele onderdelen bestaat:

    • de mond;
    • de slokdarm (oesophagus);
    • de maag (gastrum);
    • de dunne darm (duodenum, jejunum en ileum);
    • de dikke darm (colon ascendens, transversum en descendens);
    • de endeldarm (rectum);
    • de anus.

    In de mond wordt het voedsel gekauwd en vermengd met speeksel, dat door de speekselklieren wordt afgescheiden. Speeksel bevat zetmeelsplitsende enzymen en slijm, dat als glijstof functioneert om het slikken te vergemakkelijken. Na het doorslikken passeert het voedsel eerst de slokdarm, voordat het  de maag bereikt.

    De slokdarm is een buisvormig orgaan van ongeveer 20 cm lengte, dat door de bovenste en onderste slokdarmsfincter wordt afgesloten. De binnenbekleding van de slokdarm bestaat uit slijm­vlies, de buitenste laag uit elastische vezels. Hierdoor kan de slokdarm tijdelijk opgerekt worden om het voedsel soepel te laten passeren.

    De maag is een zakvormig orgaan, dat aan de bovenkant wordt afgesloten door de onderste slokdarm-sfincter en aan de onderkant door de pylorus. Tijdens het verblijf van voedsel in de maag vinden reeds verteringsprocessen plaats door het aanwezige maagsap, dat zoutzuur en pepsine (een eiwitsplitsend enzym) bevat.  Vanuit de maag wordt het voedsel bij gedeelten aan de dunne darm doorgegeven. Dit is noodzakelijk, omdat de verterings- en resorptieprocessen in de dunne darm de nodige tijd vragen.

    Bij een normale maaltijd (rijk aan koolhydraten en eiwitten) is de maag na 3-4 uur geledigd. Na een vetrijke maaltijd duurt dit 1-2 uur langer. Vloeibaar voedsel passeert de maag sneller dan vast voedsel.

    In de dunne darm (een kronkelige buis van ca. 5 meter lengte) vindt de verdere voedselvertering en de resorptie plaats. De dunne darm bestaat uit drie delen:  het duodenum, jejunum en ileum. In het duodenum worden gal en pancreassap aan de darminhoud toegevoegd, terwijl de darm zelf darmsap produceert. Pancreassap en darmsap bevatten enzymen, die voor de vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten zorgen.

    De pancreas maakt per dag 1,5-2 liter alkalisch sap, dat de zure maaginhoud neutraliseert zodra deze in de darm terecht komt.

    De gal is afkomstig uit de lever en wordt afgevoerd naar het duodenum via de galbuis. Deze is door een zijbuis verbonden met de galblaas, waar de gal bewaard en ingedikt wordt. Zodra zure maag­inhoud en vet in het duodenum komen, trekt de galblaas samen en wordt de gal naar het duodenum afgevoerd. Door de emulgerende werking van de galzouten wordt het vet in kleine druppeltjes verdeeld, waardoor de vetverterende enzymen beter hun werk kunnen doen. Verderop in de dunne darm, in het ileum, worden de galzouten grotendeels weer geresorbeerd. De rest wordt met de faeces uitgescheiden.

    De wand van de dunne darm is sterk geplooid, waardoor het oppervlak bijzonder groot is. Het slijmvlies heeft hierdoor ongeveer het oppervlak van een voetbalveld. Net als in de maag heeft het een korte levensduur en wordt het na enkele dagen vervangen door nieuwe cellen.

    De voedselvertering speelt zich voornamelijk af in het eerste gedeelte van de dunne darm (het duodenum en jejunum). In het laatste deel, het ileum, vinden vrijwel alleen resorptieprocessen plaats.

    In de dunne darm worden de onverteerde voedingsstoffen door de darmbewegingen goed met de verteringssappen gemengd. Deze darmbewegingen bestaan uit bewegingen van de darmvlokken, ritmische darminsnoeringen en voortstuwende bewegingen (peristaltische golven).  Hierdoor bereikt de dunne darminhoud, na vertering en terugresorptie van water en zouten (afkomstig uit de pancreas- , darmsappen en de voeding), uiteindelijk het de dikke darm.

    De dikke darm (colon) is een ongeveer 1,5 meter lange buis, waarin de voedselresten na vertering worden opgevangen. Voordat deze resten als faeces geloosd worden, vindt nog indikking van de darminhoud plaats door resorptie van water en zouten. De in de dikke darm aanwezige bacterieflora zorgt voor vertering van onverteerde voedselresten. Zij zijn voor ons van belang als leveranciers van vitaminen (vitamine B-complex, vitamine K). Door deze bacteriën worden darmgassen geproduceerd (methaan, waterstof, zwavelwaterstof, etc.) en andere onwelriekende stoffen.

    Het colon vertoont slechts een geringe motorische activiteit. Langzame ritmische contracties van de kringspieren zorgen voor een beter contact van de inhoud met het slijmvlies, wat de waterresorptie bevordert. De voortbeweging van de darminhoud komt tot stand door een massale samentrekking van het colon drie- tot viermaal per dag. Daarbij wordt de inhoud naar het laatste deel van het colon (het colon descendens (=dalende deel) en het sigmoïd) geperst. Uiteindelijk leidt dit tot vulling van het rectum en aandrang tot defecatie.

    Per dag wordt ongeveer 150 gram faeces gevormd, die meestal ook dagelijks wordt uitgescheiden.

    Een normaal defecatiepatroon is 3x per dag tot 2-3x per week. In de faeces bevinden zich onverteerbare voedselresten, gistings- en rottingsproducten, afbraakproducten uit de gal (waaronder die van het hemoglobine, de rode bloedkleurstof) die de kleur aan de faeces geven, uitscheidings­producten van het colon, veel darmbacteriën en water en zouten. 

    Het maagdarmkanaal bestaat dus uit diverse onderdelen, die ieder hun eigen functie hebben. Daarbij is het voor een ongestoord verloop van de spijsvertering belangrijk, dat al die compartimenten goed met elkaar samenwerken. Ons autonome zenuwstelsel en diverse maag- en darmhormonen zorgen ervoor dat de verschillende processen van de spijsvertering, zoals de maagdarmmotiliteit (bewegingen van het spijsverteringskanaal), de secretie van spijsverteringssappen door maag, pancreas en galblaas, het openen en sluiten van de sfincters en de defecatie naar behoren verlopen. De spieren in de maag- en darmwand zorgen daarbij voor voortstuwing van de darminhoud in de juiste richting en de sfincters (sluisfunctie) voorkomen terugvloei­ing van darminhoud naar het voorgaande compartiment. We hebben hier dus met een ingewikkeld samenspel van allerlei processen te maken, waarbij het centrale zenuwstelsel en lokaal werkende maagdarmhormonen de regie voeren.

    Als er iets in deze coördinatie niet klopt, kan dit leiden tot buikklachten en buikpijn. Om te kunnen beoordelen of mensen met dergelijke problemen voor zelfzorg in aanmerking komen, is het  belangrijk iets over de mogelijke oorzaken van buikklachten te weten met de symptomen, die daarbij horen.