A3 ApothekeHoofdpijn, migraine - A3 Apotheke

Ihr WarenkorbIhr Warenkorb

Ihr Warenkorb enthält derzeit keine Produkte.

Suche (mit/ohne Rezept)Suche (mit/ohne Rezept)

Produktname oder PZN eingeben

Erweiterte Suche

Produkte ohne Rezept

    Zuverlässig

    Link zum Versandapothekenregistermedizinfuchs.de Partner-Apotheke87% positive Bewertungen in den letzten 6 Monaten (1211)

    Deutsche Post DHL

    Hoofdpijn, migraine

    Hoofdpijn, migraine

    Primaire of secundaire hoofdpijn: wanneer verwijzen?

    Hoofdpijn komt vaak voor en er zijn verschillende soorten te onderscheiden. Om vast te kunnen stellen of iemand voor zelfmedicatie in aanmerking komt, is het belangrijk onderscheid te maken tussen primaire en secundaire hoofdpijn.

    Primaire hoofdpijn is een al langer bestaande hoofdpijn, die niet van karakter verandert. Meestal zijn hierbij geen lichamelijke afwijkingen aanwezig en is verwijzing naar de arts niet nodig.

    Secundaire hoofdpijn wordt gekenmerkt door

    • een acuut begin, zonder eerdere klachten, of
    • klachten, die steeds erger worden of in de tijd veranderen.

    In dit geval moet naar de arts worden verwezen voor nader onderzoek.

    Bij de beoordeling van hoofdpijnklachten zijn verder de volgende factoren van belang:

    • hoe lang de hoofdpijn duurt (minuten-uren, uren-dagen; continu of aanvals­gewijs);
    • verloop van de klachten (steeds dezelfde hoofdpijn, hoofdpijn wordt erger, hoofdpijn verandert);
    • aard van de klachten (doffe pijn, stekende pijn, druk- of kloppend gevoel);
    • plaats;
    • eventuele begeleidende verschijnselen;
    • uitlokkende factoren

    Denk bijvoorbeeld aan verschijnselen als misselijkheid en het zien van lichtflikkeringen bij migraine. Ook de invloed van inspanning of juist bedrust kan van nut zijn bij de diagnostiek van migraine, terwijl provocerende invloeden, bijvoorbeeld de menstruale periode, tot bepaling van het juiste hoofdpijntype kunnen leiden. Naast medicatie, vergiftigingen en bijkomende ziekten, is ook het al dan niet familiair voorkomen van de hoofdpijnklachten voor de arts een belangrijk gegeven.

    De meest voorkomende vormen van primaire hoofdpijn zijn migraine en spanningshoofdpijn.

    Bij secundaire hoofdpijn gaat het meestal om  medicatie-afhankelijke hoofdpijn, hoofdpijn door bijholte-ontsteking (sinusitis), hoofdpijn bij koorts, hoofdpijn na overmatig alcoholgebruik.

    Hoofdpijn door geneesmiddelen kan op een bijwerking berusten, zoals bij nitraten, calciumantago­nisten en de pil. Ook kan overmatig gebruik van hoofdpijnmedicatie in bepaalde gevallen leiden tot chronische hoofdpijn. In dit laatste geval wordt dan gesproken van medicatie-afhankelijke hoofdpijn.

    In het vervolg zullen de voor ons belangrijkste hoofdpijnvormen, te weten migraine, spannings­hoofdpijn en medicatie-afhankelijke hoofd­pijn nader worden besproken.

    Migraine

    Migraine bij volwassenen

    Het vaststellen van migraine is in de praktijk soms moeilijk, omdat meerdere soorten hoofdpijn:

    • meestal migraine en spanningshoofdpijn- bij dezelfde patiënt gelijktijdig kunnen optreden. Bovendien kunnen de verschijnselen veel lijken op een TIA (‘transient ischaemic attack’), epilepsie of een hersen­tumor. Daarom moet de patiënt, vooral als hij of zij voor het eerst aurasymptomen heeft, door de arts worden gezien om mogelijke andere oorzaken dan migraine uit te sluiten.

    Als niet de hoofdpijn, maar de auraverschijnselen op de voorgrond staan, kan een migraine-aanval worden aangezien voor een TIA. De beste manier om onderscheid te maken tussen migraine en TIA’s is te letten op de manier waarop de uitvalsverschijnselen beginnen. Bij migraine met aura bouwt de aanval zich meestal op in enkele minuten en verspreiden de verschijnselen zich geleidelijk over het lichaam, terwijl bij TIA’s de maximale uitval in de regel binnen enkele seconden ontstaat.

    Migraine bij kinderen

    Bij kinderen kunnen de migrainesymptomen soms sterk afwijkend zijn van die bij volwassenen:

    • meestal tweezijdige hoofdpijn, in het voorhoofd en bij de slapen;
    • heftig kloppende pijn;
    • vrijwel altijd met misselijkheid, braken, bleekheid, duizeligheid, transpireren;
    • soms alleen buikpijn en braken (bij heel jonge kinderen).

    Aanvallen treden meestal op in de late ochtend of in de middag. Stress en een chronisch slaaptekort worden gezien als de meest belangrijke uitlokkende factoren.

    Vóór de puberteit komt migraine bij 1-4% van de kinderen voor met een gelijke verhouding tussen jongens en meisjes. Na de puberteit neemt het aandeel van vrouwen toe. Bij ca. 60% van de migraine-kinderen blijven de klachten op latere leeftijd voortduren, hoewel lange klachtenvrije episoden voorkomen.

    Bijkomende klachten, die niet in direkt verband staan met de hoofd­pijn­klachten, maar die belangrijk kunnen zijn voor het herkennen van migraine bij kinderen zijn slaapstoornissen (nachtmerries, slaapwandelen), flauwvallen, wagenziekte en het periodiek syndroom: aanvallen van onverklaarbaar braken, vage koliekachtige buikpijn, hoofdpijn, aanvallen van duizelig­heid, periodes van onverklaar­bare koorts, pijn in de ledematen, stijve ledematen (groeipijn).

    Als ook de moeder migraine heeft en het kind gunstig reageert op migrainemiddelen is de diagnose vrijwel zeker.

    Spanningshoofdpijn

    Psychische spanningen of gespannen spieren zijn waarschijnlijk zelden de oorzaak van spannings­hoofdpijn. Sommige neurologen zoeken de oorzaak van deze hoofdpijnsoort eerder in een stoornis in de hersenen, waardoor veranderingen optreden in ‘flight & fight’-mechanismen en bepaalde spier­groepen van hoofd, schouder en nek gespannen raken. Spanningshoofdpijn komt veel voor. Naar schatting heeft 60% van de bevolking regelmatig klachten.

    Kenmerken:

    • duur: 30 min – 7 dagen
    • tenminste 2 van de volgende kenmerken:
      • drukkende, knellende, niet kloppende pijn (‘band om het hoofd’)
      • lichte of matige intensiteit (kan activiteiten storen, maar niet verhinderen);
      • tweezijdig;
      • geen toename klachten bij lichamelijke activiteiten;
    • beide van de volgende kenmerken:
      • geen misselijkheid of braken (eventueel wel verminderde eetlust)
      • overgevoeligheid voor licht en / of geluid.

    Vooral de afwezigheid van misselijkheid en van overgevoeligheid voor licht en geluid sluiten de diagnose migraine uit. Voor het overige kunnen deze beide soorten hoofdpijn veel op elkaar lijken.

    Medicatie-afhankelijke hoofdpijn

    Dit is een chronische hoofdpijn, waarbij een vicieuze cirkel ontstaan is van hoofdpijn en genees­middel­gebruik. Medicatie-afhankelijke hoofd­pijn komt naar schatting voor bij ca. 4% van de bevolking. De kenmerken zijn samengevat in het onderstaande overzicht:

    • hoofdpijn na dagelijkse inname van een geneesmiddel gedurende 3 maanden;
    • 15 of meer hoofdpijndagen per maand;
    • gebruik van >100 hoofdpijntabletten per maand;
    • bij overschrijding van de maximale dosering van ergotamine:
      • > 4mg ergotamine per aanval, > 1x per week ergotamine
    • vrijwel continue hoofdpijn, analgetica helpen niet of nauwelijks (veel te kort!);
    • lichamelijke of geestelijke inspanning kan de hoofdpijn verergeren (door lage pijndrempel);
    • hoofdpijn verergert in de vroege ochtend (rebound-effect!);
    • neiging tot preventief innemen van hoofdpijnmedicatie (om rebound voor te zijn!);
    • na een of meer dagen stoppen: onttrekkingsverschijnselen.

    De intensiteit van medicatie-afhankelijke hoofdpijn kan variëren van mild tot matig, de aard en plaats van de pijn kunnen eveneens wisselend zijn. De patiënten worden ’s nachts of in de vroege ochtend wakker met hoofd­pijn omdat hun lichaam behoefte heeft aan de volgende dosis pijnstiller.

    Het ontstaan van medicatie-afhankelijke hoofd­pijn lijkt vooral bepaald te worden door hoe vaak pijnstillers gebruikt worden (de gebruiksfrequentie) en niet zozeer door de hoeveel­heid.

    De oorzaak van medicatie-afhankelijke hoofdpijn is waarschijnlijk een verminderde productie van lichaamseigen pijnstillers (endor­finen, e.d.) door het frequente analgeticagebruik. Hierdoor is de prikkel­drempel voor pijn verlaagd.

    Medicatie-afhankelijke hoofdpijn komt met name voor bij de volgende genees­middelen:

    • ergotamine (ernstigste vorm; ontstaat bij voortdurend gebruik van 1-2mg per week)
    • paracetamol;
    • salicylaten, NSAID’s;
    • coffeïne (overmatig koffie- en colagebruik, combinatiepreparaten met analgetica)
    • triptanen (o.a. Imigran®, gebruik >4 dagen per week).

    Bij overgebruik van deze middelen kan een zo nu en dan optredende hoofdpijn zich geleidelijk ontwikkelen tot een chronische hoofdpijn. Geneesmiddelen, die hoofdpijn als bijwerking hebben, kunnen daarbij een uitlokkende factor zijn.

    Voorbeelden van dergelijke middelen zijn:

    • orale anticonceptiva;
    • vaatverwijders (o.a. calciumantagonisten, nitraten);
    • sommige antibiotica, antimycotica;
    • dipyridamol.

    Begeleidende (onttrekkings-)verschijnselen van medicatie-afhankelijke hoofdpijn kunnen zijn: abnormale vermoeid­heid, misselijkheid, overgeven, angst, prikkelbaarheid, geheugen­stoor­nissen, concentratie­problemen en depressieve stemming.

    Belangrijk om te weten!

    Analgeticamisbruik bij patiënten met een niet-neurologische aandoening (b.v. gewrichtsreuma of artrose) veroorzaakt GEEN medicatie-afhankelijke hoofdpijn!