A3 ApothekeHoest - A3 Apotheke

Ihr WarenkorbIhr Warenkorb

Ihr Warenkorb enthält derzeit keine Produkte.

Suche (mit/ohne Rezept)Suche (mit/ohne Rezept)

Produktname oder PZN eingeben

Erweiterte Suche

Produkte ohne Rezept

    Zuverlässig

    Link zum Versandapothekenregistermedizinfuchs.de Partner-Apotheke87% positive Bewertungen in den letzten 6 Monaten (1211)

    Deutsche Post DHL

    Hoest

    Oorzaken van hoest

    Hoest is een veel voorkomend symptoom bij luchtwegaandoeningen. Door te hoesten worden stof­deeltjes, slijm en vreemde voorwerpen uit de luchtwegen verwijderd, waardoor de oorzaak van de hoestreflex wordt opgeheven. Er zijn echter ook voorbeelden te noemen, waarbij geen opheffing van de hoestprikkel mogelijk is:

    • een ontsteking van de luchtwegen (astma, COPD, chronische bronchitis door roken);
    • longoedeem door hartfalen;
    • longtumoren.

    Al deze aandoeningen gaan daardoor gepaard met voortdurende, chronische hoestklachten.

    De hoestprikkel behoeft niet altijd afkomstig te zijn van de longen. Ook aandoeningen van de neuskeelholte (rhinosinusitis), zure oprispingen (refluxklachten), psychische stress en sommige geneesmiddelen, zoals ACE-remmers, kunnen chronische hoestklachten veroorzaken. Deze bijwerking van ACE-remmers komt voor bij ca. 10% van de gebruikers, is een klasse-effect van alle ACE-remmers en is dosisonafhankelijk. Hoestklachten door een ACE-remmer kunnen alleen opgelost worden door over te stappen op een ander bloeddrukverlagend middel. Binnen 4 weken zijn de klachten dan sterk afgenomen of verdwenen.

    Acute hoest (< 3 weken) wordt meestal veroorzaakt door het ‘postnasal drip’-syndroom t.g.v. een verkoudheid of een (allergische) rhinosinusitis. De symptomen hiervan zijn weinig specifiek: gevoel van iets dat in de keel druppelt, kriebel in de keel, frequent keelschrapen, verstopte neus of loopneus. Door drainage van slijm vanuit de neusholte in de keel ontstaat de hoestprikkel. Ook astma / COPD kan acute hoest veroorzaken.

    Bij chronische hoest (> 3 weken) is de indeling van oorzaken naar leeftijd van belang. In sommige gevallen kan chronische hoest het enige symptoom zijn van refluxklachten of astma. Dit blijkt dan uit het verdwijnen van de hoestklachten door behandeling met sterke zuurremmers  (bij zure reflux), resp. bronchusverwijders en/of corticosteroïden (bij astma). Met name bij hoest door reflux kan het ondanks adequate behandeling soms meerdere maanden duren, voordat de klachten over zijn.

    Hoest kan, afhankelijk van de ernst, tot verschillende problemen leiden:

    • uitputting door overmatig hoesten;
    • slapeloosheid;
    • pijn op de borst;
    • overmatig transpireren;
    • (verergering van) refluxklachten;
    • urine-incontinentie.

    Het zijn vaak deze complicaties, die de patiënt ertoe brengt een arts te bezoeken.

    Behandeling van hoest

    De behandeling is in de eerste plaats gericht op het wegnemen of behandelen van de oorzaak, omdat dit in alle gevallen effectiever is dan symptomatische behandeling met hoestprikkel­dempende middelen. Daarom is het bij het stellen van de WHAM-vragen van belang altijd naar een mogelijke oorzaak te zoeken (bijkomende klachten, medicijngebruik).

    Hoesten kan effectief worden behandeld door:

    • stoppen met roken bij chronische bronchitis (zeer effectief binnen 1 maand);
    • behandeling van luchtwegobstructie bij astma, COPD (bronchusverwijders, corticosteroïden);
    • behandeling van (allergische) rhinitis (antihistaminica, cromonen, ccrticosteroïden; decongestiva);
    • behandeling van refluxklachten  (hoofdeinde bed omhoog, dieetmaatregelen, sterke zuurremmers);
    • behandeling van sinusitis (neusdouches met fysiologisch zout, kortdurend xylometazoline neus-spray, zonodig antibiotica of spoelen door KNO-arts);
    • ACE-remmer (captopril e.d.) vervangen door een A2-antagonist (Aprovel, Cozaar, Diovan, etc.)
    • luchtweginfecties behandelen (zonodig antibioticum, korte prednisonstootkuur).

    Kan de oorzaak niet behandeld of weggenomen worden, dan moet de hoest binnen aanvaardbare grenzen worden gehouden.

    Bij een niet-produktieve hoest kunnen zonodig hoestprikkeldempende middelen (codeïne, dextro-methorfan, noscapine, pentoxyverine, e.d.) worden toegepast.

    Van noscapine is de hoestprikkeldempende werking onvoldoende aangetoond. Dit is wel het geval bij  codeïne (UR) en dextromethorfan. Nadelen van dextromethorfan zijn de potentiële bijwerkingen (m.n. hallucinaties, incidenteel ook bij therapeutische doseringen) en de interacties (o.a. met sommige anti-depressiva, zoals paroxetine, fluoxetine), die echter bij normaal gebruik zelden optreden.

    Bij hoestklachten door hoge luchtweginfecties (‘postnasal drip-syndroom’, rhinosinusitis, ‘verkoud-heid’) zijn deze hoestprikkeldempende middelen niet effectief gebleken. Meer in aanmerking komt in dit geval een sederend antihistaminicum, zoals promethazine (UR), vanwege de anticholinerge (bij)werking. De slijmsecretie zou hierdoor worden verminderd en de hoestreflex geremd.

    Bij hoesten door verkoudheid wordt in de Amerikaanse literatuur ook naproxen (UR) als hoestprikkeldempend middel genoemd (dosering: 3x daags 500 mg, gedurende 5 dagen). De wetenschappelijke onderbouwing hiervan is echter beperkt.

    Een hinderlijke produktieve hoest kan ook met hoestprikkeldempende middelen worden behandeld, vooral als de slaap ernstig wordt verstoord. Overdag wordt meestal de voorkeur gegeven aan middelen, die geprikkelde slijmvliezen verzachten:  stropen met thijm, heemst (althaea), zoethout. Ook het inademen van vluchtige oliën en levomenthol (o.a. Vicks, Dampo, Luuf) kan verlichting van de klachten geven, hoewel de werking niet objectief is aangetoond. Kinderen < 2 jaar dienen geen preparaten met levomenthol te gebruiken, omdat deze soms spasmen van de stembanden kunnen veroorzaken met levensbedreigende, acute benauwdheid.

    Mucolytica (‘slijmoplossers’) zoals acetylcysteïne en broomhexine blijken het ophoesten van slijm uit de luchtwegen niet te bevorderen. Hun ‘werking’ berust op het natuurlijke verloop van bronchitis, waarbij een aanvankelijk ‘vastzittende hoest’ vanzelf overgaat in een productieve hoest. Kortdurend gebruik van deze middelen bij vastzittende hoest door bronchitis is dus niet zinvol. 

    Wel werd acetylcysteïne soms chronisch toegepast bij COPD-patiënten (COPD is een chronische longaandoening, gekenmerkt door ontstekingen en benauwdheid), die regelmatig last hadden van exacerbaties (tijdelijke verergering van de klachten). Acetylcysteïne zou de ontsteking in het long­weefsel verminderen door het wegvangen van radikalen, zeer reactieve stoffen die het longweefsel kunnen aantasten. Hierdoor zou het aantal exacerbaties afnemen. Recent onderzoek heeft dit effect echter niet kunnen bevestigen. Daarom wordt acetylcysteïne nog maar sporadisch bij COPD-patiënten toegepast.